Het domein van Wortel-Kolonie is 552 ha groot en ligt ten oosten van Worteldorp. Het heeft de vorm van een driehoek, waarvan de basis rust op de Nederlandse grens en waarvan de top reikt tot aan de gemeentegrens van Merksplas (bijna tot tegen het domein van Merksplas-Kolonie).
Het landschap is gecompartimenteerd en heeft een typische drevenstructuur. Men vindt er grote open percelen van gras- en akkerland, afgewisseld met gesloten dennenbossen, soms loofbos. In het noorden vind je nog oude heiderelicten. Het Bootjesven, nu een zwem- en visvijver maar in oorsprong een oud heideven, bevindt zich langs de zgn. Torendreef in de noordoosthoek van het domein. De begraafplaats van de landlopers vind je langs dezelfde dreef in de noordwesthoek.
De hoofddreven tekenen een mooi kruis in het driehoekige domein. De ene hoofddreef loopt vanaf de top van de driehoek in het zuiden naar de basis in het noorden en de andere hoofddreef wordt gevormd door de vroegere zandweg van Worteldorp via Staakheuvel naar Zondereigen.
Op het kruispunt van deze hoofddreven is er een soort ruitvormig pleintje met de cipierswoning van de boerderij (een tweewoonst) en met de feestzaal "Casino". Dit laatste gebouw, dat in ca 1893 werd gebouwd naar een ontwerp van Chambert, deed tot ca 1914 dienst als kazerne voor de soldaten, die zorgden voor de bewaking. De kamers voor de officieren bevonden zich aan de zijkanten. De soldatenvertrekken lagen er tussenin. Later werd de achterbouw en de schransmuur van de binnenkoer afgebroken en werd het gebouw verbouwd tot feestzaal voor het personeel. Van waar de naam "Casino" komt, is (nog) niet duidelijk.
Ten zuiden van het ruitvormig pleintje bevindt zich het mooie witte gebouwencomplex dat destijds werd gebruikt voor de opvang van de landlopers. Achter het ijzeren hekken in het poortgebouw zie je een groot rechthoekig binnenplein, met daar- rond een gebouwenstructuur die doet denken aan de oude godshuizen, eveneens bedoeld voor de opvang van behoeftigen. Destijds werden deze ruimtes gebruikt voor de administratie, de gevangenis, de slaapzalen, de leefzalen, de keuken en refter, de werkhuizen en de magazijnen. In 1975 werd een gedeelte van de gebouwen gesloopt en vervangen door een hospitaal met 18 bedden en een aangepaste afdeling voor bejaarde landlopers. In 1977 brandde de kapel af. Deze is gelegen achter de gebouwen aan de overzijde van het binnenplein. Enkel het kapelkoor bleef bewaard.
Ten noorden van het ruitvormig pleintje staat de grote boerderij. Rondom een groot rechthoekig erf als grasplein, bevinden zich de stallingen, de schuren, de herstelplaatsen en de burelen. De voormalige oostvleugel met varkensstallen is inmiddels afgebroken. De bergplaats voor wagens bevindt zich langs de noordzijde. De aanpalende cipierswoning werd na het bombardement van 1944 heropgebouwd in 1952.
Op dit landbouwbedrijf werkten destijds 35 personen. De veestapel bestond uit ca 200 melkkoeien, ca 220 kalveren en vaarzen, en ruim 300 varkens. Men beschikte over 100 ha weiland en 80 ha akkers, voor de teelt van rogge, Italiaans raaigras, maïs, voederbieten en aardappelen.