Het gevangeniswezen in ons land is een federale materie en valt op die manier onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Justitie (het vroegere "Ministerie van") met aan het hoofd minister Laurette Onkelinx (PS).
Het dagelijks beheer en de administratieve organisatie van de penitentiaire inrichtingen zijn toevertrouwd aan het Directoraat-generaal Uitvoering van Straffen en Maatregelen met aan het hoofd directeur-generaal John Vanacker.
België telt 33 gevangenissen: 16 in Vlaanderen, 15 in Wallonië en 2 in Brussel (waarbij de gevangenis van Vorst en de vrouwenafdeling "Berkendael" één administratief geheel vormen).
Elk van die 33 vormt een wereldje op zich, een microklimaat dat zich afspeelt ver van de vrijheid. Anno 2004 zitten er bij benadering 9350 personen achter tralies, naar geslacht verdeeld in 8950 mannen en 400 vrouwen. Voorlopig dus geen emancipatie in de criminele sector... Vlaanderen neemt daarvan een kleine 3900 mannen en 200 vrouwen voor zijn rekening.
In het nationale cijfer zijn ook de 300 personen begrepen die leven onder het systeem van het elektronisch toezicht (de "enkelband") en niet zitten opgesloten binnen gevangenismuren.
Deze recente vorm van strafuitvoering werd uitgewerkt als één van de middelen om iets te doen aan de chronische overbevolking: de totale celcapaciteit in ons land bedraagt namelijk slechts 8100 plaatsen!
Langs Vlaamse kant komen Antwerpen en Brugge het vaakst in het nieuws met dit probleem, maar ook in kleinere gevangenissen als Hasselt en Tongeren is de situatie soms nijpend,
hoewel de opening van een nieuwe inrichting in Hasselt voor deze regio een oplossing biedt.
In Wallonië staan vooral Lantin en Jamioulx op kop, terwijl in Brussel zowel Vorst als Sint-Gillis kampen met een permanente overbezetting.
Wil men deze 33 verschillende biotopen toch een indeling geven, dan kan dat op twee manieren.
Functioneel bekeken zijn onze gevangenissen in drie vormen te gieten:
de arresthuizen waar de mensen in voorlopige hechtenis zitten (feitelijk in afwachting van een rechtszaak of tijdens een lopend gerechtelijk onderzoek), de strafinrichtingen waar de definitief veroordeelden hun gevangenisstraf uitzitten en tenslotte de instellingen van sociaal verweer waar de geïnterneerden -mensen die voor hun (mis)daden ontoerekeningsvatbaar werden verklaard- van de buitenwereld worden afgeschermd.
In het hierna volgende overzicht van de Vlaamse gevangenissen wordt duidelijk dat deze functies soms in één en dezelfde gevangenis worden gecombineerd.
Een andere categorisering wordt gehanteerd volgens het geldende regime: men maakt aldus het onderscheid tussen open, halfopen en gesloten inrichtingen.
"Open" staat voor een minimum aan materiële veiligheidsmaatregelen en een uitgewerkt "verkeer" tussen de gedetineerden en de buitenwereld.
"Halfopen" betekent vooral dat een aantal gedetineerden of geïnterneerden in ateliers gaat werken die buiten de cellulaire afdelingen liggen; het kan zelfs voorkomen dat bepaalde vertrouwensjobs tijdens de werkuren ook buiten de gevangenismuur kunnen worden uitgevoerd.
"Gesloten" staat voor strenge veiligheidsmaatregelen, een dagelijks leven dat zich volledig binnen de gesloten cocon afspeelt en waarbij alleen de allernoodzakelijkste bewegingen vanuit de gevangenis naar de buitenwereld en vice versa worden ondernomen (bijvoorbeeld overbrengingen naar de justitiepaleizen of gerechtshoven). Deze erg rudimentaire onderverdeling kan alleen maar worden teruggekoppeld naar de basisveiligheidsvoorschriften, want in de praktijk ontwikkelde elke gevangenis een andere dagelijkse invulling van haar regime.
Dit gaat zelfs zover dat binnen onderscheiden afdelingen van eenzelfde (grote) gevangenis verschillende leefregels kunnen gelden.
Wat er ook van zij, in het overzicht vindt men van elke belgische gevangenis de functie(s) en regime, de typologie van de populatie en enkele relevante data/cijfers. Veel leesplezier!