de grote boerderij

Ca. 150 m. voorbij de kapel bevindt zich de grote boerderij. Het is inderdaad een grote boerderij want de vloeroppervlakte van de voornaamste gebouwen bedraagt al meer dan 3000 m2. De gebouwen staan opgesteld langs een groot binnenplein en beslaan een rechthoek van 320 op 160m. In totaal had men ongeveer 210 ha in bewin. Destijds runde men hier een gemengd bedrijf met melkvee, schapen en varkens, met weiden om te graven, grasland om te hooien, akkers met aardappelen, koren, haver, enz. .

Deze hoeve is thans een beschermd gebouw. Ze is eigendom van het ministerie van Ambtenarenzaken, afdeling Regie der gebouwen. De huidige gebruiker is het gevangeniswezen (ministerie van Justitie). De hoeve werd gebouwd omstreeks 1880. De bouwstijl hoort bij de zogenaamde kloosterarchitectuur: lange gebouwen onder zadeldak rondom een rechthoekig plein. De architect heeft het gebruik van de steunberen heel sterk geaccentueerd. In de gevels en boven de poorten ziet men een sierboord van zwarte handgevormde steen met een speciale vorm. Deze boogjes hebben een decoratief karakter. De raamkozijnen zijn typisch Hollands van stijl.

De twee gebouwen vooraan tegen de straat zijn de paardenstallen, elk voorzien voor 24 paarden. Ze werden ook wel gebruikt als ossenstallen. In de vroegere muurankers herkent men de letters C, A en M wat stond voor "Colonie Agricol de Merxplas" (Landbouw Kolonie Merksplas). Vlak onder de dakrand bemerkt men een sierboord van zwarte "muizentandjes" en op het dak liggen glanzende Vlaamse pannen.

Tussen de twee paardenstallen, vooraan tegen de Kapeldreef, stond vroeger de woning van de landbouwingenieur. In 1881 werd een landbouwingenieur benoemd om het algemeen toezicht op zich te nemen. Hij maakte de jaarlijkse kweek- en teeltplannen op. Het zware labeur werd uitgevoerd door gevangenen (landlopers en lichtgestraften), onder toezicht van bewakers. Omstreeks 1985 werd de woning van de landbouwingenieur afgebroken.

Rond het grote binnenplein met vijver staan de hoofdgebouwen van de hoeve, links de varkenstallen en recht een koestal. Op de kop van deze langgerekte gebouwen was er steeds een woning voor een bewaker-toezichter en zijn gezin.

Aan de achterzijde van het grote binnenplein bemerkt men eveneens twee koestallen. In de drie koestallen was er plaats voor in totaal 200 koeien.

De zolders van de stallen werden gebruikt als graanzolders, in het lange gebouw rechts bevond zich vroeger nog een graanmolen.

Het kleine ronde torentje is het enige wachthuisje van de soldaten dat nog resteert. In het totaal moeten er verspreid over het terrein zo'n 50-tal gestaan hebben. In de volksmond noemde men ze "sentinelles" wat betekent: schildwachthuisjes.

Midden tussen deze koestallen, maar dan een weinig naar achter, bevindt zich de imposante hooischuur met de reuze verluchtingsroosters.

Links naast de hooischuur bevindt zich nog een open loods uit het begin van de 19 de eeuw. Deze wordt thans gebruikt als loods voor het rijdend landbouwalaam.

Vervolgt men de weg naar Rijkevorsel, dan bemerkt men links de aardappelkelders en rechts een rij open schuren. Deze aardappelkelders nestelen zich onder drie zadeldaken met Boomse pannen. Elke kelder is meer dan 40 meter lang. De vloer daalt langzaam in de grond, zodat de kelders achteraan circa 1,5 m in de grond zitten. Daardoor ontstaan grote diepe bewaarruimten. De totale vloeroppervlakte bedraagt 750 m2. Hier kwam de oogst van de aardappelvelden terecht.

Links van deze reusachtige kelders is er een binnenpleintje, dat bekend staat als het pleintje van de "pattattenschillers". Inderdaad op die plaats werden dagelijks honderden kilo's aardappelen geschild. In die periode moesten immers dagelijks zo'n vijfduizend monden worden gevoed. Voor deze karwei koos men de gevangen die niet of moeilijk konden lopen, een houten been hadden of met krukken liepen.

In het verlengde van de hoevegebouwen staat er een hele rij open schuren, voor het bewaren van hooi of stro. Naast deze schuren werd er ook wel stro in zgn. vijmen getast. Ook hooivijmen met een beweegbare bovenkap waren van toepassing op de grote boerderij van de Kolonie.

Acher de open hooi- en stroschuren bevindt zich nog een "quarantainestal", op een afstand van 400 m van de andere gebouwen. Dat is een stal waar het aangekochte vee enkele weken moest verblijven voor het bij de andere dieren van de boerderij mocht. Men wilde er eerst zeker van zijn dat de dieren geen besmettelijke ziekte hadden. Na de incubatietijd van enkele weken, was het eventuele gevaar geweken.

Merksplas Kolonie Grote Boerderij