De unieke drevenstructuur

Het meest typische aan Merksplas-Kolonie, Wortel-Kolonie en de zusterkoloniën in Nederland zijn de imposante dreven. Zowel in Wortel als in Merksplas gaat het telkens om een gebied van ca 600 ha. waarbij de dreven zoals een dambord zijn ingedeeld in mooie rechthoekige (bijna vierkante) percelen. Deze 100-jarige dreven, bestaande uit zomereik, wintereik, Amerikaanse eik of beuk doorkruisen het landschap in een rastervormig patroon. In het totaal zijn er in Merksplas-Kolonie meer dan 25 kilometer dreven.

Vanaf de Papenvoort naar de gemeentegrens met Beerse, in de richting noord-zuid, lopen er twee hoofddreven van drie kilometer lang, elk bestaande uit vier rijen bomen, de ene volledig beplant met beuk de andere met zomereik.

Het meest indrukwekkend is de Beersedreef met zijn beukenbomen. Deze dreef lijkt op een kathedraal met hoge statige pilaren en met een bladerdak vol kunstglasramen die, vooral in de herfst, een rijk en variërend kleurenpalet vertonen.

De tweede monumentale dreef is de Kapelstraat en de Ossenweg, met vier rijen zomereik welke overgaat in Amerikaanse eik aan de grens van het domein. Deze monumentale dreef loopt langs de Kleine Boerderij, langs de kapel en de Grote Hoeve. Op een plan van 1891 wordt deze "Avenue de la Ferme" genoemd, maar in de volksmond sprak men van "het Ossenroutje".

Dit Ossenroutje was een zgn. smalspoorverbinding met wagonnetjes, oorspronkelijk getrokken door ossen, later door een kleine stoomlocomotief. Dit smalspoor vertrok op Merksplas-Kolonie aan de steenbakkerij achter de gevangenis en liep via de werkhuizen van de gevangenis, het Midden-magazijn, de Grote Hoeve, langs de kapel, de kolenschuur en de Kleine Boerderij naar de Kempense vaart te Beerse. De aan- en afvoer van materiaal en goederen gebeurde per boot. In Beerse werd het overgeladen in wagonnetjes. Bij de heenreis vervoerde men mijnhout. Bij de terugreis werden steenkolen, en vanaf 1882 werd er ook straatmest aangevoerd. De kolen kwamen terecht in de grote kolenschuur en het straatmest werd gebruikt om meer humus in de onvruchtbare heidegronden te brengen.

De hoofdingang van de Strafinrichting bevindt zich langs de Steenweg naar Wortel. Aan het hoofdgebouw groeien statige beukenbomen en verderop staat er zomereik. Dit is de dreef die parallel loopt aan de twee hoofddreven. Ze ligt er trouwens precies midden tussenin. Vroeger heette deze dreef de "Dreef naar de Papenvoort".

De dreef vanaf de kapel naar de hoofdingang van de gevangenis heette vroeger de Hoofdlaan, later nogArsenaaldreef genoemd omdat deze (bijna) uitkwam op het arsenaal van de compagnie soldaten die destijds zorgde voor de bewaking van de gevangenen. Deze dreef met zijn geknotte lindebomen vormt de aslijn door de voornaamste gebouwen van het domein: de kapel, de slaapzalen van de landlopers (nu het Centrum voor Illegalen), de gevangenis en het gasthuis. De dreef in het verlengde hiervan, achter het gasthuis, heette vroeger deGasthuisdreef. Thans wordt de naam Gasthuisdreef gegeven aan de dreef in het verlengde van de Beersedreef, die loopt tussen de gevangenis en het gasthuis.

De meeste dreven zijn onverhard, de andere kregen vanaf ca 1965 een betonsteenverharding. Twee dreefjes hebben nog hun authentieke wegverharding met kasseien en baksteen. De Rode Dreef, met baksteen, is de dreef die vlak langs het celgevang loopt (bijna evenwijdig met de Stwg. Rijkevorsel). Vroeger heette deze dreef de"Posterijdreef", omdat daar het Telefoon- en Telegraaf-kantoor van Merksplas-Kolonie was.

Omdat ook bomen niet het eeuwige leven hebben, pleiten wij voor een herstel- en beheersplan. Aminal, afdeling Bos en Groen lijkt ons de aangewezen partner voor deze omvangrijke taak. In principe mag in de dreven gewandeld worden, maar in de veiligheidszone rondom de gevangenis en het Centrum voor Illegalen zijn er verbods-bepalingen die moeten worden nageleefd.