De eindeloze ringgracht

Omdat het aantal ontvluchtingen van gedetineerden spectaculair toenam, besloot men in 1893 een ringgracht te graven rond het domein van Merksplas-Kolonie. Het werk werd manueel uitgevoerd door de gevangenen zelf. Het werk vorderde langzaam. De ringgracht werd evenwel nooit volledig voltooid. Op een bepaald ogenblik oordeelde men dat de onveilige tijd voorbij was. Om de ringgracht af te werken, moesten nog gronden aangekocht of onteigend worden en dat is niet meer gebeurd.
In totaal is de ringgracht 6,5 km lang met een breedte van 8 tot 12 meter wat neerkomt op een wateroppervlak van liefst 7 ha, voornamelijk stilstaand en ondiep water, zonder zelfreinigend vermogen. Vanwege zijn hogere zuurtegraad is er weinig leven in te bespeuren. Er zijn nagenoeg geen amfibieën of ongewervelden.

In 1901 was er voor het eerst sprake van een landloper die verdronk in de ringgracht tijdens zijn ontvluchtingspoging.
Aanvankelijk was het ook de bedoeling om een verbindingskanaal te graven tussen de ringvaart van Merksplas-Kolonie en het Kempisch kanaal in Beerse, maar dit plan werd ook niet uitgevoerd. Het vervoer tussen de Kolonie en het kanaal te Beerse gebeurde via een smalspoorlijn.
Aan de oostzijde van het domein ligt de zogenaamde "kom", een verbreding van de ringgracht, welke werd uitgebouwd tot een open-luchtzwemdok met een ligweide, een strand en een zacht aflopende helling. Hier stonden ook kleedhokjes en waren er roeibootjes. Dit "bassin" met de allure van de Franse Rivièra was evenwel enkel toegelaten voor het personeel van de gevangenis. In zeer droge perioden is dit de enige plaats waar het schaarse visbestand kan overleven omdat de rest van de ringgracht dan uitdroogt.
In de zuid-oost hoek van het gebied is er ook nog de kleine ringgracht. Deze gracht (ca 4 à 6m breed) werd gegraven rondom het voormalige 'Biesven' en zorgde voor de afwatering van dit laaggelegen gebied.

PIDPA, de Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij van de Provincie Antwerpen, startte op de Wereldwaterdag (21 maart 1997) met een waterzuiveringsstation ten noorden van het domein, vlak bij de gemeentegrens van Merksplas en Hoogstraten-Wortel. De waterwinning gebeurt er in een gebied van 90 ha op het domein van Merksplas-Kolonie, ten noorden van de ringgracht. Om hun waterwinning voor de toekomst veilig te stellen, kocht PIDPA ook de ringgracht en de aanpalende terreinen. De ringgracht zou een soort waterreservoir worden, een bijkomend infiltratiegebied. Maar proeven wezen uit dat "infiltreren" niet loont. Daarom gaat de ringgracht en de aanpalende bossen en terreinen over naar het Vlaams Gewest.

De beide ringgrachten kunnen uitgebouwd worden tot een natuurgebied door het aanbrengen van oeverbeplanting afgestemd op watervogels, amfibieën en een gevarieerd visbestand, waarbij ook plaats is voor een educatieve wandelroute met observatiehutten en natuurinfoborden. Een aantal belangrijke ingrepen zijn dan wel noodzakelijk. Eerst moet het houtgewas op de oevers gekapt worden zodat de zon kan doordringen tot de oevers en het water, zodat er:
  • minder bladval in het water is.
  • minder zuur water ontstaat.
  • een meer gevarieerde fauna en flora komt.
Op de bodem van de ringgrachten ligt er nu een laag van ca 1 meter modder en plantaardig afval. Dit kan worden uitgebaggerd en uitgespreid als grondverbeteraar op de omliggende gronden, tenminste als dit slib niet vervuild is. Het water-niveau zou op maximale hoogte moeten gebracht worden, wat zowel economisch als esthetisch te verantwoorden is. Ten laatste is het belangrijk dat alle gedempte delen van de beide ringgrachten en de dijken terug in de oorspronkelijke staat hersteld worden. Deze dijken vormen een natuurlijke buffer tegen vermesting en andere invloeden vanuit de omgeving.